Veel ondernemers werken al jaren met dezelfde zzp’ers. Zij draaien mee in het team, zijn aanwezig bij overleggen en zijn voor klanten soms nauwelijks te onderscheiden van werknemers.
Dat voelt praktisch en vertrouwd. Toch kan juist daarin een risico schuilen.
Voor de juridische kwalificatie telt niet alleen wat op papier staat, maar ook hoe partijen in de praktijk samenwerken.
De praktijk
In sectoren zoals de bouw, logistiek, zorg en zakelijke dienstverlening wordt veel met zelfstandigen gewerkt. Op papier is sprake van een overeenkomst van opdracht. In de praktijk werkt de zzp’er soms al jaren voor dezelfde opdrachtgever, ontvangt hij of zij aanwijzingen over de uitvoering van het werk en is sprake van organisatorische inbedding binnen de onderneming.
Dat betekent niet automatisch dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het risico neemt echter toe wanneer de zelfstandige weinig vrijheid heeft, nauwelijks ondernemersrisico loopt en zich niet zichtbaar als ondernemer presenteert.
Een samenwerking kan bovendien in de loop van de tijd veranderen. Wat ooit begon als een zelfstandige opdracht, kan door de dagelijkse werkwijze steeds meer op een dienstverband gaan lijken.
Het juridische punt
Een overeenkomst van opdracht, een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en periodieke facturen zijn niet doorslaggevend.
Uit het Deliveroo-arrest volgt dat alle omstandigheden van het geval in samenhang moeten worden beoordeeld. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aard en duur van het werk, de mate van aansturing en organisatorische inbedding, de vrijheid bij de uitvoering, de mogelijkheid van vervanging en de vraag wie commercieel risico loopt.
Ook daadwerkelijk ondernemerschap is belangrijk. Denk aan eigen investeringen, het werven van opdrachten, het werken voor meerdere opdrachtgevers, het bepalen van eigen tarieven en het zelfstandig naar buiten treden. Geen enkele omstandigheid is op zichzelf doorslaggevend.
Over schijnzelfstandigheid wordt al jarenlang gesproken. Toch is juist nu actie nodig. Sinds 1 januari 2025 geldt het handhavingsmoratorium niet meer.
Als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vaststelt, kan zij correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor de loonheffingen opleggen. Daarbij kan in beginsel worden teruggegaan tot 1 januari 2025.
Bij kwaadwillendheid of wanneer een eerdere aanwijzing niet is opgevolgd, kan onder omstandigheden verder worden teruggekeken.
In 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd. Een vergrijpboete is wel mogelijk wanneer sprake is van opzet of grove schuld.
Het kabinet heeft inmiddels besloten het verduidelijkingsdeel van de VBAR te schrappen en wil werken aan een Zelfstandigenwet. Het voorgestelde rechtsvermoeden voor zelfstandigen met een relatief laag uurtarief blijft vooralsnog onderdeel van de plannen, maar de precieze uitwerking is afhankelijk van verdere wetgeving.
Dat betekent niet dat ondernemers kunnen afwachten. Bestaande samenwerkingen worden ondertussen beoordeeld aan de hand van het huidige recht.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Breng bestaande zzp-samenwerkingen nu kritisch in kaart. Kijk daarbij niet alleen naar de overeenkomst, maar vooral naar de dagelijkse praktijk:
- Bepaalt de zelfstandige zelf hoe het werk wordt uitgevoerd?
- Kan de zelfstandige opdrachten weigeren of zich laten vervangen?
- Werkt de zelfstandige voor meerdere opdrachtgevers?
- Bepaalt de zelfstandige zelf het tarief?
- Loopt de zelfstandige daadwerkelijk ondernemersrisico?
- Treedt de zelfstandige naar buiten als ondernemer?
- Is de zelfstandige organisatorisch ingebed in uw onderneming?
Het gaat niet om het afvinken van een checklist. Alle omstandigheden moeten in samenhang worden beoordeeld.
Alleen het contract aanpassen is niet voldoende. Wanneer de dagelijkse samenwerking hetzelfde blijft, biedt een anders geformuleerde overeenkomst geen zekerheid.
Bij een verkeerde kwalificatie kunnen niet alleen naheffingen voor de loonheffingen volgen. Ook arbeidsrechtelijke aanspraken, zoals vakantiegeld, loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming, kunnen aan de orde komen. Daarnaast kunnen pensioenrechtelijke gevolgen ontstaan.
Juridisch scherp – tip voor ondernemers
Wacht niet op nieuwe wetgeving, maar laat langdurige en structurele zzp-samenwerkingen nu beoordelen. Controleer of de overeenkomst nog aansluit bij de praktijk en pas zo nodig niet alleen het contract, maar ook de feitelijke samenwerking aan.
Blijf juridisch scherp. Het onderwerp is niet nieuw, maar de handhaving is inmiddels hervat.
Hoe langer een onjuist ingerichte samenwerking voortduurt, hoe groter het financiële en arbeidsrechtelijke risico kan worden.
Tot slot
Werkt uw onderneming met zzp’ers of twijfelt u over een bestaande samenwerking? Laat de arbeidsrelatie dan tijdig beoordelen. Zo voorkomt u dat een praktische oplossing alsnog uitmondt in een kostbare discussie.